Waarschijnlijk gebouwd in de vroege periode van het Ottomaanse bewind (1458–1687), behoort deze kerk tot het type ingeschreven kruisvormige kerk met koepel, gedragen door vier monolithische zuilen met hergebruikte bases en ionische kapitelen. De vloer was bestraat met stenen platen. De hoofdingang van de kerk heeft een stenen omlijsting met reliëfdecoratie, recent gerestaureerd, terwijl de rechterdeur en alle andere openingen spitsbogen hebben. Het zuidelijke nevenportaal van het heiligdom, het diakonikon, is nog bewaard gebleven en wordt overdekt door kruisgewelven. In de blinde absis bevond zich een muurschildering met het symbool van het kruis. In de zuidwesthoek van het hoofdschip is een stenen hoeknis te zien met een ‘stalactiet’-decoratie. Ondanks latere verbouwingen en toevoegingen behoudt de kerk op sommige plaatsen het met baksteen omlijste metselwerk, waarbij de gehouwen stenen omgeven zijn door dunne bakstenen en een dikke kalkmortellaag. In de oorspronkelijke fase vormde de kerk het katholikon van een klein kloostercomplex, waarvan direct ten westen nog aanwezig zijn: de cisternen, waterreservoirs, de fontein, het binnenplein en de gewelfde ruimtes aan de zuidwestzijde van het katholikon, die deel uitmaakten van een gelijkvloerse booggalerij waarvan tegenwoordig het grootste deel verdwenen is. In de 18e eeuw werd een deel van de Muur van de Presentatie tegen de oostzijde van de kerk gebouwd, die werd omgevormd tot een bastion met de kantelen van de noordelijke poort van de muur, bekend als de “Dapia van de Leeuw”.
http://odysseus.culture.gr